Home
Nieuwe aanwinsten
Geschiedenis
40-45
Schoorldam
Krabbendam
Dorpsgezichten
Anno 1982
Sloten en proelen
Agrarisch
Ruilverkaveling
Festiviteiten
Kermisfoto's
Schoolfotos
Trouwfoto's
Mensen
Sport
Familiefoto's
Familie Jonker
Familie Koorn
Familie Ligthart
Familie  Quant
Familie Stet
Diversen
 

Gastenboek


 
 

 

 

  
        
   
  

 

Een pagina over de geschiedenis van Warmenhuizen,
het eerste deel is geschreven door Sam Schipper van de Historische Vereniging Harenkarspel.

Daarna volgt een stuk geschiedenis over Schoorldam en de Westfriesedijk, ook van de hand van Sam Schipper.

Daaronder nog een stukje over de strijd tegen de Fransen (1799) en Romeinse vondsten bij de Westfriesedijk, geschreven door drs J. Sparreboom

 

Een kaart van ca. 1730......

 

Een kaart van Warmenhuizen uit 1830


Warmenhuizen, 28 augustus 1944

 

't Bossie (Westfriesedijk/Oudewal), 1944.


 

De Diepsmeer, augustus 1945.
De weg die van links naar rechts loopt, ongeveer op eenderde van onderaf,
is de Provincialeweg vanaf het Noordhollands Kanaal naar Langedijk.


Oostwal en De Fuik

 

Een tot slot een luchtfoto, gemaakt van noord naar zuid....
gemaakt rond 1965, dus voor de ruilverkaveling.

Omhoog


 

Wier aan basis Warmenhuizen.

De naam Warmenhuizen is als volgt te verklaren: Wier en klei werd gebruikt voor het opwerpen van terpen rond Warmenhuizen, wat toen nog een koninklijk domein was van de Friese koningen. De naam wier is in het Fries weer, werd, ward of war.
De eerste drie letters (war) zijn een verbastering van wier. Huizen is een ander woord voor buurtschap. Dus Warmenhuizen was een buurtschap dat gebouwd was op terpen van klei en zeewier. Aangenomen wordt dat de terpen rond Warmenhuizen overblijfselen zijn van oude dijken richting Sint Maarten, waarschijnlijk als bescherming tegen het water De Zijpe. Ze liggen namelijk allemaal in noordwestelijke richting.

Het ontstaan van Warmenhuizen

Warmenhuizen is in 745 gesticht door Radboud II met de aanleg van de eerste terpen. Tot 1254 is het van de Graven van Holland. Daarna komt het met Harenkarspel in 1256 in bezit van de Heren van Egmond. Lamoraal van Egmond was de laatste graaf die Warmenhuizen in bezit had. Na zijn onthoofding in 1568 ging het in 1576 naar zijn weduwe Sabina van Beieren-Sponheim en zij gaf het weer door aan haar zoon Filips. Toen deze de zijde van de Spanjaarden koos, werden hem zijn Hollandse goederen afgenomen. Echter na diens dood in 1590 kreeg Lamoraal van Egmond II in 1593 de goederen weer terug op voorwaarde dat hij zich in Frankrijk vestigde. Hij komt evenwel in ernstige geldproblemen en zijn goederen worden verkocht aan de Staten van Holland. Die verkopen in 1607 de 'Vrije en Hoge Heerlijkheid Warmenhuizen, Schoorldam en Krabbendam' voor 10.050.- gulden weer aan heren Gybels en Van der Elburch.

De Heren van Egmond

Eerste vermelding rond 1200: Wouter 1ste de stamvader. Heraldisch hadden ze een voornaam en oud wapen. De kleurstelling goud en rood was voorbehouden aan de hoge adel. De keper is ook in de scheepvaart een bekend symbool. Geplaatst op een stok in het water of langs de oever gaf dit symbool aan dat er een haven in de buurt was (veilig). Het wapen van de Heren van Egmond telt 5 kepers op een rood fond (achtergrond). De kepers staan voor 5 ridderlijke deugden: gerechtigheid, standvastigheid, dapper, voorzichtig en zachtmoedig. Het geslacht van Rietwijk had een 1 keper van goud op een rood fond. Vermoedelijk komen de Egmonds voort uit de familie Rietwijk, daarvoor waarschijnlijk uit de Friese koningen (het is in het verre verleden te onduidelijk om zekerheid te hebben).

Lamoraal van Egmond is onthoofd in 1568. Na 1607 werden het zilveren kepers, goud mocht niet meer omdat ze hun goederen kwijt geraakt waren door Lamoraal I.

De Heren van Egmond bezaten dus de Vrije en Hoge Heerlijkheid Warmenhuizen-Schoorldam met de volgende ambten en rechten: het baljuwsambt, schoutsambt, secretarisambt, bodeambt, predikant, schoolmeester, waagrecht, bieraccijns, de turfmaat van Schoorldam, en Krabbendam, de visserij aan de Noorderbrug en de Santsloot, de zwanendrift (het houden van zwanen en eenden), het marktrecht, het uitvaardigen van keuren (wetten), het windrecht en boetes innen. Ook bezat de Heer (eventueel de Vrouwe) het halsrecht (het recht om misdadigers ter dood te laten veroordelen en ook uit te voeren door de beul (dat was een beroep maar werd slecht betaald), de beul woonde in Haarlem en bevrijdde de misdadiger van zijn hoofd (vandaar het halsrecht) in Alkmaar op de Breedstraat achter het stadhuis, maar soms ook binnen in het stadhuis. Dit waren zogenaamde Heerlijke Rechten, rechten waarover alleen de Heer mocht beslissen.

Harenkarspel ging in 1446 apart verder en kreeg een nieuw wapen in 1817.
In 1990 ging Harenkarspel opnieuw samen met Warmenhuizen in de Gemeente Harenkarspel

Omhoog


Schoorldam

(Met dank aan Sam Schipper van de Historische Vereniging Harenkarspel)
 

De naam Schoorldam is al vroeg ontstaan: Scoerledam, tussen 1200 en 1300, Scorledam 1575 en Scoreldam 1610. De Schoorldam uit 1200 is ouder dan de Rekerdam uit 1264 bij Krabbendam.

De archieven uit 1494 zeggen “datsij hem gheneren met weynich lantelinghe, met coeyen daeroff suvel maeckende ende met als huyrlingen ter zee vaeren, ten hoeckwant omme cabellau ende schelvis ende gheneren hem oock eenich van hemluyden met diversschen ambachten sonder hooger off meerder neringhe te hebben (dus armoe), oock so gheneren met een coeyen, visschen ende voghelen”.

Het dorp wordt nu gescheiden door het Noord-Hollands kanaal, het westelijke deel hoort bij de gemeente Bergen terwijl het oostelijke deel bij de gemeente Harenkarspel hoort (vanaf 2013 gemeente Schagen). Het Noord-Hollands Kanaal werd gegraven tussen 1821 en 1824.

In 1248 werd de Westfriese Omringdijk (nu Westfriesedijk) gesloten bij Valkoog. In de rivier De Rekere werd een sluis met deuren gebouwd, ter bescherming van de Westfriese Omringdijk tegen het stijgende water en de opkomende zee vanuit de nog niet ingepolderde Zijpe (de inpoldering van Zijpe is in 1597 voltooid)

Er heeft rond 1100 ten oosten de Westfriese Omringdijk een stenen huis gestaan voor controle op de dam en de sluis en het innen van tol en belastingen, de fundamenten van dit huis zijn in 1700 opgegraven en daarna vernietigd.

In 1573 lag er een schans in het centrum bij de Westfriesedijk om de Spanjaarden te weren die via de duinkant vanaf Schoorl naar West-Friesland wilden. Dit werd verhinderd door de aanwezige soldaten van het Staatse leger met behulp van de inwoners van de omliggende dorpen.
Schoorldam werd in 1799 weer gevechtsgebied, nu tussen van de Franse en Engelse legers. Het dorpje werd geheel vernietigd, maar werd na de oorlog weer opgebouwd.

Voor 1623 heeft er een scheepshelling gestaan op het zuideinde, deze is in 1623 verplaats naar de huidige plaats door de eigenaar Pieter Jansz.
Er was een schutsluis daarvoor was het een Overtoom/Overhaal bij het café Sluiszicht.

Het houtzaagmolentje met houtschuren van de familie Willem Sevenhuysen rechts van de brug aan de Warmenhuizer kant  werd in 1785 gekocht door de familie Willem Sevenhuysen van Willem Leendertsz. .

De ten zuiden van Schoorldam aanwezige Grebpolders groot 160 ha. zijn rond 1548 droog gemalen, dit werd bekostigd door de Heren van Grebbe. De watermolen met vijzel in de Grebpolder is gebouwd in 1875, daarvoor stond er een molen met scheprad, gebouwd in 1547, die in 1875 getroffen is door de bliksem en verbrand. De laatste 2 jaar van de Tweede Wereldoorlog hebben er 6 Joodse onderduikers en een broer van molenaar Klok gewoond op de zolder van de molenaarswoning. De molen zelf werd niet bewoond.
Ten zuiden van Schoorldam ligt ook het buurtschapje Huiskebuurt met de later verbrandde boerderij Nauwerna uit 1600. Er hebben ook ten zuiden van deze boerderij 3 huizen gestaan. In het verleden was dit van de bisschoppen van Utrecht en werd het "Kerkakker" of "Het Clooster" genoemd. Waarschijnlijk heeft er in het verre verleden een kloostertje of kapelletje gestaan. 
 


 


Krabbendam

(Met dank aan Sam Schipper van de Historische Vereniging Harenkarspel, 2015)

 

In 1321 wordt de naam Crabbendam voor het eerst vermeld, het dorpje bestond in die tijd uit twee terpjes (ook vier in de Zijpe). Krabbendam eens een steunpunt voor de Graven van Holland mede door het haventje dat Floris V daar liet verbeteren rond 1270 en zijn kasteel Nuwendoren vanaf 1282 tot 1367. Tevens was er op de plaats van het centrum een “stenen huis” van de Heren van Haerlem vanaf 1100 tot met in 1321 met de Heren van Crabbe als “castelein”. Ook was er ten noorden van Krabbendam een verkaveling uit ongeveer 1270 door de monniken van Eenigenburg uitgevoerd die de “Henen” werden genoemd (henen betekend naasten of bezitten). De Rekerdam, nu de Oude Schoorlse Zeedijk, is vanaf ongeveer 1264 gemaakt.

 

Aanvankelijk lag dus rond 1100 en 1230 op het terrein van bouwbedrijf Dekker aan de Westfriesedijk hoek Oude Schoorlse Zeedijk een haventje met drassige “nesland” (laag land) er naast wat een “Bakenes” werd genoemd, waarbij nederzettingen stonden van vissers en boeren. Het geheel stond in verbinding met de toenmalige Rekere die vlak langs Krabbendam stroomde en later is vergraven in de Koedijker-, Hondsbossche- en Pettemervaart in 1531. In het haventje werden 3 loopsteigers gevonden van ongeveer 40 meter lang.

 

Een ondernemer van dijk- en waterwerken was Jacob de Wael van Rozenburg, verwant aan de Heren van Egmont en een afstammeling via de vrouwelijke lijn uit het uitgestorven geslacht van de Heren van Haarlem, in de archieven wordt hij genoemd als de maker van de loopsteigers in het haventje en van een stukje Rekerdam, nu Oude Schoorlse Zeedijk, ten westen van het centrum van Krabbendam.

 

Crabbendam wordt al genoemd in 1118, 1321, 1400 en 1582, met later drie krabben in het wapen. Een van de families die er later woonden heette (Jacob) Crabbe met drie krabben en twee leeuwen in hun wapen, ook had je de familie Grootsandt met drie krabben in hun wapen. Ook in de gevel van de oude Ursulakerk van Warmenhuizen zat een steen met drie krabben erop.

 

Voor 1421 bestond het westelijk deel van Krabbendam, de Hempolder, rechtelijk onder Schoorl als “Bergeban” en het zuidelijke deel van Krabbendam tot aan Schoorldam als “Bergemont”. Een andere vermelding van Krabbendam dateert uit 1572 “de Spaanse tijd”, toen ook de nodige vernielingen zijn aangericht door de troepen van Sonoy. De katholieke kerk die tegen de Westfriesedijk was aangebouwd werd vernietigd, met zuid ernaast een waterput van 4 meter diep, en werd niet meer opgebouwd. De kerk aan de oostzijde van de Westfriesedijk stond gedeeltelijk op palen en gedeeltelijk op vaste grond van de dijk en was gefundeerd met kloostermoppen, de Westfriesedijk ging in een bocht daarom heen. Het kerkhof (aan de Westfriesedijk) is later geruimd, men ging vanaf 1600 de doden begraven in Warmenhuizen.


 

Omhoog

 

Kasteel Nuwendoorn, tussen Krabbendam en Eenigenburg

Kasteel Nuwendoorn was een dwangburcht van Floris V gelegen ten oosten van de Westfriesedijk, tussen Krabbendam en Schoorldam.

Hoewel bekend was dat hier een oude vesting moest liggen en in een krantenartikel uit 1883 al bericht werd dat er kloostermoppen werden gevonden, werd het kasteel pas in 1948 herontdekt. Bram Biersteker uit Krabbendam vond tijdens het ploegen regelmatig kloostermoppen en toonde twee hiervan aan de amateurarcheologen Cees Wagenaar, Johan Lutjeharms en Jaap Westra die vervolgens een fundering van ongeveer 36 meter uitgroeven.

Veel informatie over de geschiedenis van Nuwendoorn en Floris V vindt u in het artikel:

Floris V graaf met ambities.

 


De strijd tegen de Fransen, 1799, en Romeinse vondsten

Het is niet onwaarschijnlijk dat er bij 't Bossie in 1799 Franse soldaten van Napoleon gelegerd waren. Er was toen een invasiemacht van Pruisen, Engelsen en Russen Noord-Holland binnengevallen bij Petten en Den Helder om de Fransen uit Holland te verdrijven. Er is een felle strijd uitgevochten, die uiteindelijk leidde tot de overgave en het vertrek van de invasiemacht. Vervolgens was de Bataafse Republiek een feit.

't Bossie heeft een strategische ligging: vlakbij Schoorldam, waar de duinstreek en de oude strandwallen de Westfriese Omringdijk bijna raken. Via dat gebied is het invasieleger aan land gekomen (boven Callantsoog, bij Grote en Kleine Keeten en bij Den Helder). Via De Zijpe (waar voldoende bruggen waren) kwam men bij Krabbendam uit. Het gebied dat de invasiemacht aanvankelijk in handen kreeg lag grofweg ten noorden van de lijn Egmond, Alkmaar en Hoorn. Dat de Fransen dat vanachter de Omringdijk op die plaats wilden voorkomen is niet onwaarschijnlijk. Daar kunnen best doden bij gevallen zijn. De herinnering aan zulke gebeurtenissen draagt ver en wordt lang doorverteld. Zelfs nu nog gaan verhalen rond over begraven Franse soldaten op 't Bossie! Er zijn soldaten begraven in ongewijde grond noord van de Oude Ursulakerk. Ze werden gevonden bij het graven van de waterbak in 1817.

Dit alles moeten we los zien van de archeologische vondsten uit de Romeinse tijd (1500 jaar eerder) die gedaan zijn. Hier wordt vaak de fout gemaakt dat het vondsten van Romeinen waren die daar rondliepen. Nee, het waren gewoon inwoners van het gebied die tijdens de eerste en tweede eeuw na Chr. (de "Romeinse tijd") daar woonden. De vondsten worden dan meestal "inheems Romeins" genoemd. De Romeinen zelf noemden de bewoners van dit door God verlaten gebied "frisii". Ze woonden volgens hen op drijvende eilanden (terpen) in zompige moerassen. De meest noordelijke versterking van de "echte" Romeinen lag bij Velsen op de oever van het oer-IJ. Maar daar werden ze al weggevochten in 47 na Chr. door opstandige Friezen.

Er was wel handel: vandaar dat we "echte" Romeinse voorwerpen (munten, aardewerk, sieraden) vinden in gebieden waar ze niet werkelijk over geheerst hebben. Zoals op Texel, op Wieringen, bij Schagen en in Krabbendam en Schoorldam. Op Texel zijn  ook werkelijk Romeinse graven gevonden, maar ook dat waren geen graven van echte Romeinen, maar van gewone "geassimileerde" inheemse bewoners die Romeinse gewoonten overnamen.
 

drs. Jan Sparreboom

www.jansparreboomerfgoedadvies.nl
 


Diversen

Oudewal   Burgemeester Blom  Boerderij De Moor   Vlotbrugstabiliteit
 


't Bossie (Westfriesedijk/Oudewal-West) is een buurtschap met een geschiedenis.
In "Zicht op Haringscarpel", het blad van de Historische Vereniging Warmenhuizen, november 2014,
staat een artikel van de hand van Sam Schipper:

Oudewal Warmenhuizen


Nogmaals van de hand  van Sam Schipper:
Het 25 jarig jubileum van burgemeester Blom in 1910,
gevierd o.a. met een grote optocht,
inclusief 2 foto's van de optocht genomen op de Westfriesedijk, 't Bossie.

Jubileum burgemeester Blom, 1910

Uit de krant:
Afscheid burgemeester Blom, 1918

 


Krantenartikel 30 september 1968:

Raad volgt advies B en W: bezwaar tegen aanwijzing boerderij De Moor tot monument.

Piet Sevenhuysen op de bres voor stuk authentiek Warmenhuizen


Zie voor de boerderij van De Moor:
Pagina Dorpsgezichten: Dorpsstraat-Noord en De Fuik.

Een artikel van Dr K. Frans, Kring van Dorth, oktober 2014:
Boerderijen worden monumenten

 


Een vlotbrug..... hoe werkt het. Mart Nicolai, kleinzoon van Atze Nicolai,
brugwachter in Schoorldam, heeft dat uitgezocht:

Vlotbrug-stabiliteit.
 



Omhoog